
3 Km ten noorden van Bengtsfors bij het Lyserjärn meer ligt een kolenbrandersdorp (Kolarbyn). Hier
wordt ’s-zomers op ouderwetse manier hout verkoold. Dit kolenbrandersdorp is een uniek stukje
Zweedse geschiedenis waar u de oude werkzaamheden nog kunt bewonderen. Er wordt op oudewetse
manier gewerkt met traditionele werktuigen. Het is het enige nog bestaande kolendorp in Dalsland.
De geschiedenis van verkolen gaat duizenden jaren terug. Sinds de mensheid ijzer gebruikt is men voor
de productie daarvan afhankelijk van kolen. In Zweden is deze vorm van verwerken in de ijstijd
begonnen.
In het begin werd er in holtes en groeven gebrand maar later, omstreeks de 17de eeuw begon men â
€˜meilers’ (houtstapels) te bouwen zoals die nu nog worden gebruikt.
Per jaar verkoolde men ca. 100 000 meilers. Een meiler van 140 m³ geeft 70m³ kolen waarmee men
dan 3 ton ijzererts kan smelten die uiteindelijk 1 ton ijzer oplevert.
Tijdens de 17e en 18e eeuw waren er in Dalsland 17 ijzersmelterijen. Iedere mijn verbruikte 1700m³
kolen per jaar. Om aan deze vraag te kunnen voldoen had men 400-500 meilers nodig.
In 1996 startte een groep enthousiaste mensen het project “Lysetjärnsmilan� (meilers aan het
Lysetjärn meer) dat nu het voor publiek toegangkelijke kolendorp is.
Een wandelpad van ca. 3km verbindt het kolendorp met het openluchtmuseum “Gammelgarden� op
de Majberget in Bengtsfors.
Het dorp is echter ook met de auto te bereiken.
Het kolendorp Een stukje Zweedse houtgeschiedenis.
|